Hoge vs. lage WW-premie

Hoge vs. lage WW-premie

Over het loon dat jouw werknemer ontvangt, betaal jij als werkgever premies voor de werknemersverzekeringen. Dit zijn verzekeringen die werknemers beschermen tegen het verlies van inkomen als gevolg van werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid. Voor 1 januari 2020 betaalde jij als werkgever een sectorafhankelijke Algemeen Werkeloosheidsfond-premie (de WW-premie). Deze premie was afhankelijk van het werkloosheidsrisico in de behorende bedrijfs- of beroepssector waarin jouw bedrijf destijds was ingedeeld. Vanaf 1 januari 2020 is daar verandering in gekomen en is niet meer de bedrijfs- of beroepssector leidend, maar de arbeidsovereenkomst.

De aard van de premiedifferentiatie

De Algemeen Werkeloosheidsfonds-premie is, door de wetgever in de vorm van de WAB, per 1 januari 2020 gewijzigd. Hiervoor is een premiedifferentiatie naar de aard van de arbeidsovereenkomst gekomen, waarbij twee WW-premies gelden:

  • een lage WW-premie voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd met een vast aantal arbeidsuren per tijdvak
  • een hoge WW-premie voor flexibele arbeidsovereenkomsten.

Het percentage met betrekking tot de lage WW-premie bedraagt dit jaar 2,70%  (was 2,94% in 2020) en de hoge WW-premie bedraagt dit jaar 7,70% (was 7,94% in 2020). Een verschil van exact 5 procent. Het verschil in percentage is meteen het doel wat de regering hiermee voor ogen heeft, namelijk: het stimuleren van werkgevers om meer vaste arbeidsovereenkomsten met hun werknemers aan te gaan. Bij vaste werknemers mag namelijk het lage WW-premiepercentage worden toegepast waardoor, in vergelijking met de flexibele arbeidsovereenkomsten, de werkgeverskosten lager zijn.

Wanneer welke WW-premie?

Wanneer mag jij nu als werkgever het lage WW-premiepercentage toepassen? Uiteraard een interessante vraag! Daar is de wetgever gelukkig erg duidelijk in. Een werkgever mag het lage percentage toepassen wanneer jouw werknemer een arbeidsovereenkomst heeft dat aan de volgende drie eisen voldoet (aan alle drie):

  1. De arbeidsovereenkomst is schriftelijk overeengekomen;
  2. Voor onbepaalde tijd;
  3. De contracturen per periode zijn eenduidig in de arbeidsovereenkomst vastgelegd. Er is dus geen sprake van een oproepcontract.

Van een oproepcontract is sprake:

  • wanneer de omvang van de arbeid niet is vastgelegd in een aantal uren per maand;
  • wanneer de omvang van de arbeid niet is vastgelegd in een aantal uren per jaar waarbij het loon gelijkmatig over die tijdseenheid is gespreid; of
  • wanneer de loondoorbetalingsverplichting richting de werknemer is uitgesloten wanneer deze geen arbeid verricht.

Naast de hierboven genoemde voorwaarden heeft de wetgever, met betrekking tot het lage premiepercentage, nog enkele uitzonderingen gemaakt:

  1. Het lage premiepercentage is van toepassing wanneer een werknemer jonger is dan 21 jaar en er maximaal 52 uur per maand wordt verloond of 48 uur per 4 weken;
  2. Je mag ook een lage WW-premie betalen als je met een BBL-leerling (naast een praktijkovereenkomst) een tijdelijke arbeidsovereenkomst sluit. BBL staat voor: Beroeps Begeleidende Leerweg;
  3. Je mag een lage WW-premie betalen over de uitkering op grond van een werknemersverzekering, zoals een WW-uitkering. Als voorbeeld: jouw onderneming ontvangt van het UWV een werknemersverzekeringsuitkering voor een werknemer. Vervolgens betaal jij als ondernemer deze uitkering aan jouw werknemer. Of: als jij eigenrisicodrager bent en de uitkering zelf betaalt, dan geldt ook de lage WW-premie.

Voor werknemers die niet aan deze drie voorwaarden of de uitzonderingen voldoen betaal je de hoge WW-premie.

WW-premie schematisch weergegeven

Duizelt het jou nog steeds een beetje wanneer nu de hoge of lage WW-premie van toepassing is? Niet getreurd! We hebben speciaal voor jou een handig stroomschema gemaakt waarbij je heel snel kunt checken of nu juist de hoge of lage premie toegepast moet worden. Download hem hier!

Herziening WW-premie

Het kan voorkomen dat je als werkgever de lage WW-premie hebt betaald, terwijl dit achteraf toch de hoge WW-premie moest zijn. Jij als werkgever bent verantwoordelijk voor de herziening van het percentage. Een herziening is in de volgende situaties nodig:

  1. Als de arbeidsovereenkomst uiterlijk twee maanden na aanvang van de dienstbetrekking eindigt;
  2. Als er in een kalenderjaar 30% meer uren zijn verloond dan in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd. Bijvoorbeeld als de werknemer een contract heeft voor 16 uur per week, maar gemiddeld 36 uur per week werkt.

Op deze laatste bepaling is de wetgever in 2020 teruggekomen. Tijdens de coronacrisis kan het onbedoelde gevolgen hebben als de werkgever de lage WW-premie moet herzien bij overwerk. Daarom was deze bepaling in 2020 opgeschort. Per 1 januari 2021 zou deze bepaling weer wel in werking treden. Door de aanhoudende crisis is het kabinet op dit besluit teruggekomen. Ook in 2021 geldt dus géén correctieverplichting, de verwachting is namelijk dat ook dit jaar nog veel overwerk nodig zal zijn. Het betreft dus een extra maatregel op het derde steunpakket. De 30% bepaling zal, vooralsnog, starten per 1 januari 2022.

Als blijkt dat jij als werkgever het verkeerde percentage WW-premie hebt toegepast ben jij zelf verantwoordelijk voor de aanpassing. Het herzien van het percentage kan je doen door alle onjuiste aangiften loonheffing te corrigeren. Heb je de loonadministratie via PersonPlus geregeld? Geef het dan wel aan ons door wanneer er een herziening plaats moet vinden. Wij als PersonPlus houden per werknemer, bij het in dienst treden, strikt in te gaten welk percentage op dat moment van toepassing is. Daarom hoef jij je daar als ondernemer geen zorgen om te maken. Wel is het belangrijk voor jou om af te wegen welke arbeidsovereenkomst je een werknemer wilt verstrekken.

Heb je hier advies in nodig? Dan staan onze HR- specialisten uiteraard voor je klaar!